Mozes, de 10 plagen


God zei tegen Mozes: "Ga opnieuw naar de farao. Zeg dat hij mijn volk moet laten gaan. Als hij dat niet doet, zal ik de Egyptenaren straffen!"
Omdat de farao niet wou luisteren, nam Mozes zijn stok en sloeg ermee op het water van de Nijl.
Het water veranderde in bloed. De vissen gingen dood. De rivier stonk zo hard, dat de Egyptenaren het water niet meer konden drinken. Maar de farao weigerde en liet het volk niet gaan.








"Als u ons volk niet laat gaan, zal het land krioelen van de kikkers," zei Mozes. Omdat de farao opnieuw weigerde, hield Mozes zijn stok boven het water. De kikkers kwamen uit de rivier, drongen het paleis van de farao binnen, tot in zijn slaapkamer en zijn bed. De farao smeekte Mozes om de plaag te stoppen. Mozes deed wat de farao vroeg en de kikkers verdwenen.
Maar de farao kreeg opnieuw spijt en liet het volk nog steeds niet gaan. Daarom stuurde God nog andere plagen op de Egyptenaren:
Stof veranderde in muggen.
De huizen zaten vol met steekvliegen.
De huisdieren kregen de pest en stierven.
De Egyptenaren zaten onder de pijnlijke bulten en zweren.
Het hagelde zo hard dat alle veldgewassen en bomen vernield werden.
Sprinkhanen aten alles op wat nog niet door de hagel vernield was.
Drie dagen lang viel er een duisternis over heel Egypte.
Telkens smeekte hij Mozes om de plaag te stoppen. In ruil zou hij de slaven laten gaan. Maar telkens opnieuw kreeg de farao spijt van zijn beslissing. Hij liet het volk niet gaan.
10 plagen
